Dit is een stuk van het onafhankelijke studentenmedium DOXA. Voor meer informatie, zie over de bronnen.
Russisch cultuurbeleid na het begin van de mobilisatie.
Het culturele leven in Rusland kreeg na het begin van de mobilisatie nieuwe duidelijke contouren, die niet zichtbaar waren in het eerste halfjaar van de oorlog. Eerder was repressie gericht op individuele kunstenaars die niet wilden zwijgen over de oorlog. Nu verbiedt de overheid systematisch uitlatingen over bepaalde thema’s, terwijl ze zelf nieuwe staats opdrachten uitzet.
Dit is vooral merkbaar in de theaterwereld. Als directeuren het hebben over voorstellingen die niet doorgaan, citeren ze bijna altijd de wet over de ‘bescherming van traditionele waarden’. Theatergroepen uit bezette Oekraïense gebieden touren langs Russische steden. Managers van grote Moskouse theaters sluiten samenwerkingscontracten af met “siloviki” (mensen die werken in de traditionele machtsstructuren in Rusland: het leger, de FSB, de politie, het ministerie van defensie etc… ze staan vaak tegenover de ‘liberalen’ of de oligarchen red.) We proberen te begrijpen welke documenten en organisaties de culturele wereld reguleren na de mobilisatie, en, belangrijker, hoe ze de toeschouwers proberen te overtuigen.
Waarom de veranderingen pas zichtbaar werden na het begin van de mobilisatie.
Aan het begin van de oorlog liet de overheid al doorschemeren aan door de staat gesubsidieerde instellingen dat het niet mogelijk was om door te gaan zoals vanouds. Tegelijkertijd stelde ze een compromis voor: theaters, musea en concertzalen konden openblijven maar moesten zwijgen over de oorlog. De staat bleef cultuur financieren, maar bemoeide zich niet systematisch met de inhoud ervan.
In het eerste halfjaar van volledige oorlog kwam het niet tot een parade van propaganda voorstellingen. Ook was er geen verandering van management en werd de cultuurpolitiek niet veranderd. Een absolute minderheid van staatstheaters (rond de 5% van het totaal), demonstreerden Z symboliek.
Vervolging en andere vormen van repressie (ontslag, ontzegging van toelating tot festivals), vielen vóór de mobilisatie alleen ten deel aan degenen die open hun anti-oorlogs positie beleden. Van degenen die zich stil hielden gingen enkelen zelfs door met het opvoeren van tentoonstellingen over hoe moord slecht is, en over hoe er geen overwinnaars zijn in een bloedige oorlog. Het leek erop dat, in tijden van oorlog, de plaats van het theater ‘ergens daarbuiten’ zou zijn, op afstand van de actualiteit, en niet in het hier en nu. De staat probeerde een gevoel van ‘vredig leven’ te bewaren onder de bevolking. Dat, of ze vergaten simpelweg dat ze honderden instellingen financierden met wiens hulp ze systematisch propaganda kon voeren. De situatie veranderde na het begin van de mobilisatie. Dit is niet meer dan logisch: het eerste plan was het innemen van Kyiv in drie dagen zonder dat het dagelijks leven daar onder zou lijden. Maar het plan mislukte, en het bleek nodig om van de blitzkrieg een heilige oorlog te maken.
Het oude cultuurbeleid, geformuleerd onder bekende omstandigheden, was niet meer toepasbaar. Om mensen uit te leggen waarom ze moeten sterven in Oekraïne, op te roepen tot een symbolische mobilisatie van de hele maatschappij waren nieuwe grote kaders van betekenis en culture vormen nodig.
Nieuwe wetten van de heilige oorlog.
Het belangrijkste document van deze nieuwe tijd is het November decreet van Poetin: ‘Over de goedkeuring van de grondbeginselen van het staatsbeleid voor het behoud en de versterking van traditionele Russische spirituele en morele waarden’. Het verschil van de huidige periode met de periode voor de oorlog wordt duidelijk als je dit document vergelijkt met eerdere documenten over cultuur. Enkele van deze blijven formeel nog van kracht. Bijvoorbeeld de in 2014 vastgestelde (en in 2020 voor het laatst gewijzigde) ‘beginselen van de staat cultuurpolitiek’. De autoriteiten lijken andere documenten te zijn vergeten: het concept van de langetermijn ontwikkeling van theatrale zaken was bijvoorbeeld van 2011 tot 2020 geldig.
De boodschap van deze documenten is als volgt: ontwikkeling van cultuur is een bijdrage aan het menselijk kapitaal, innovatie in de kunst (goed voor de hele maatschappij), en in het algemeen is cultuur ‘de spirituele en morele basis van het individu en de staat’. Maar het succes van dit beleid werd gemeten met puur kwantitatieve maatstaven. Belangrijk was alleen de stijging van het aantal voorstellingen, bezoekersaantallen, en prijzen op internationale concours en festivals.
Eerder werd van door de staat gesubsidieerde instellingen alleen verwacht dat ze de doelstellingen van de plannen over het aantal voorstellingen en bezoekers haalden. Leuzen over ‘de grootse Russische cultuur’ (over haar ‘ontwikkeling (…) met behulp van unieke vaderlandse tradities in de kunsten’), klonken, maar bleven leuzen. Aan de basis van het beleid lag het volgende principe: er zijn meer voorstellingen nodig, opdat er meer voorstellingen zijn. Strikt gesproken is het decreet over traditionele waarden geen document over cultuurbeleid. Het lijkt erop dat het document eigenlijk alle problemen in Rusland wil oplossen: van demografie tot terrorisme. De volgende zaken zijn een bedreiging voor Rusland volgens het document:
‘”De activiteiten van extremistische en terroristische organisaties, individuele media en massacommunicatie, de acties van de Verenigde Staten van Amerika en andere onvriendelijke buitenlandse staten, een aantal transnationale ondernemingen en buitenlandse non-profitorganisaties, evenals de activiteiten van bepaalde organisaties en individuen op het grondgebied van Rusland.”’
Het lijkt erop dat er geen plan is bedacht over wat er van de kunst wordt verwacht in tijden van oorlog. Volgens welke maatstaven de staat de effectiviteit van de cultuurstrijd met de bedreigingen zoals beschreven in het decreet gaat meten, is ook niet duidelijk. Maar in het decreet wordt (openlijk of tussen de regels door) al verwezen naar het annuleren of sluiten van voorstellingen. Nieuwe staatsprogramma’s voor cultuur zijn op hierop afgestemd.
Eén door de wet, één geschiedenis.
Op 13 november werd in het Bashkir academisch theater de voorstelling ‘Zulejha opent haar ogen’, een voorstelling van het gelijknamige boek van Guzel Jahinoj, geannuleerd. De directie van het theater baseerde deze beslissing op de kritiek van de schrijver op de ‘Speciale Militaire Operatie’. De schrijver sprak zich inderdaad uit tegen de oorlog, maar deed dat al in februari. Het lijkt erop dat dit stuk de hele tijd alsnog kon worden opgevoerd, maar nu niet meer.
Daarnaast verklaarde de directie: ‘het theater ziet het propageren van spirituele waarden voor het gehele verenigde Russische volk als haar roeping.’ Dat is bijna een citaat uit het decreet van de president. Het is niet van belang of ze dit decreet gelezen hebben: de annulering van de voorstelling is gebaseerd op dezelfde logica. In deze logica gaat het niet alleen om waarden, maar zeker ook om ‘eenheid’.
In de beschrijving van het stuk, dat is geschreven voor de première in 2018, op de website van het theater, staat: ‘Winter 1930. De boerin Zulejha wordt samen met honderden anderen in een vrachtwagon gedeporteerd volgens de eeuwige dwangarbeid route naar Siberië. Boeren en intelligentia, moslims en christenen, Russen, Bashkieren, Tataren, Georgiers, Duitsers- allemaal zien ze elkaar op de oevers van de Angara, dagelijks hun recht om te leven verdedigend.’ Maar nu wil het theater een ‘Historisch Russisch Volk’ presenteren zonder tragedies en verschillen. Dit is geen gezamenlijk verleden voor Bashkiers of Tataren, maar een herinnering van de staat die je behandelt als een ding in plaats van een mens.
Tours van theatercollectieven uit bezette gebieden creëren ook zo’n beeld van het ‘verenigde Russische volk’. Het aanzienlijke tourprogramma langs theaters begon reeds in maart en neemt niet af in snelheid. Bijvoorbeeld, in november gaven collectieven uit Donetsk en Lugansk oblast van Oekraïne meer dan vijftig voorstellingen in verschillende steden in de Russische federatie: van Rostov aan de Don tot Orenburg. Het repertoire was conservatief en stond ver van de hedendaagse agenda af. Toneelgroepen speelden bijvoorbeeld toneelstukken van Ostrovsky, en muzikale groepen vertoonden Juno en Avos.
Het belangrijkste doel van de optredens was niet een gesprek over de oorlog aangaan, maar de legitimatie van de annexatie van nieuwe gebieden. De voorstellingen lopen volgens de kaders van twee projecten : het federale theaterprogramma ‘grote tours’ en een project onder de naam ‘wij zijn Rusland’. Inwoners van Rusland ontmoeten ‘nieuwe burgers’, en bekende voorstellingen wekken de indruk dat deze eenheid altijd heeft bestaan. Het effect van fysieke aanwezigheid, kenmerkend voor theater, is hier erg nuttig.
Theaters doen ook mee met de integratie van nieuwe gebieden. Bijvoorbeeld, de federatie van Russische theatermedewerkers (‘FRT’) accepteerde theatergroepen uit de ‘DNR’ en ‘LNR’. Een afdeling van deze organisatie opende al eerder in Donetsk, en organiseerde een theaterkamp voor kinderen uit de Donbas van 30 september t/m 14 oktober. Deze integratie vindt zelfs plaats terwijl de leider van de FRT Aleksandr Kaljagin bezig is met een document over ‘reserveringen’: een poging om werknemers van staatstheaters te beschermen tegen mobilisatie. Het is echter lastig om over de successen van ‘reserveringen’ te praten. Bijvoorbeeld: volgens een anonieme medewerker van het Komsomol theater deelden de leidinggevenden zelf oproepen tot mobilisatie uit. Maar wellicht deelden ze de ideeën van STD niet.
Theater Afdelingen en de onderzoekscommissie.
Theaters worden gereguleerd door het ministerie van Cultuur. Zelfs uitvoeringen die niet geheel onder staatscontrole staan, worden vaak ge-cofinancierd uit staatsbudgetten. Maar nu zijn bijna alle noemenswaardige theatergezelschappen ondermijnd. Zo hield het Moskouse internationale festival ‘nieuw Europees theater’ op te bestaan. Ook het internationale festival ‘territorium’ dat zowel in Moskou als in andere Russische steden werd gehouden, heeft zijn programma geschrapt tot alleen het kinderblok overbleef.
Het grootste Russische theaterfestival, ‘Het gouden masker’ verenigt de professionals niet, maar verdeelt hen. Bij de bekendmaking van de genomineerden voor het seizoen 2021-2022 werden onverwacht de categorieën voor regisseur en dramaturg geschrapt: het probleem was dat veel van de potentiële nominees zich al tegen de oorlog hadden uitgesproken. Toen het werk van een expertcommissie amper was begonnen voor het seizoen van 2022-2023, publiceerde de associatie van theatercritici een brief tegen de uitsluiting van experts die vermoedelijk waren uitgesloten vanwege hun anti-oorlogs positie.
Het is vreemd dat de staat zich niet openlijk bemoeit met het werk van ‘Het gouden masker’. Dit festival heeft een autoritaire en centrale structuur, en zorgt eerder voor meer concurrentie tussen theaters dan samenwerking. Festival voorstellingen worden gehouden in Moskou, en beoordeeld door experts uit allerlei steden, maar voornamelijk uit Moskou en St Petersburg.
Het is mogelijk dat onder een grote invloed van de staat ‘Het gouden masker’ een mogelijkheid biedt om alle theatermedewerkers die loyaal zijn aan de staat op één plek te verzamelen, zodat ze in de gaten gehouden konden worden. Maar op dit moment is er slechts het langzame verval van de prijs. Het lijkt erop dat er nieuwe organisaties komen.
In augustus vormden gedeputeerden van de Doema de ‘GRAD’ groep: een werkgroep voor het onderzoeken van anti-Russische activiteiten. De oprichters zeiden dat ze ‘verenigd waren in hun verlangen het staatscultuurbeleid te corrigeren, zodat ambtenaren en het zakenleven de anti-Russische positie van de culturele elite niet zouden voeden’. De eerste actie van GRAD was het opstellen van een lijst met onbetrouwbare artiesten. Maar tot nu toe hebben ze slechts één opbrengst: de regisseur Aleksandr Molochnikov is zijn contract voor een voorstelling in het Bolshoj kwijt. Op de officiële site van de organisatie staan al met al vier nieuwsberichten, de laatste gepubliceerd in oktober.
In november werd het ‘Russische culturele front’ opgericht in samenwerking met GRAD. Leden van deze organisatie zijn televisiemakers, theatermakers en mensen uit de filmindustrie (veelzeggend is dat film en theater in hetzelfde rijtje staan als TV). Leden van het Culturele front refereren zelf direct aan Poetins decreet over traditionele waarden. Naast uitspraken over spiritualiteit kunnen we lezen over eenheid, maar het gaat hier niet alleen over eenheid van het Russische volk. Het cultuurfront streeft naar een ‘synergie van mensen met een creatief beroep met de hele maatschappij, pedagogen, geleerden, het leger, en grote religieuze denominaties’. Anders gezegd: synergie met de hele publieke sfeer en siloviki.
Dit idee van ‘synergie’ is ook al in de praktijk geprobeerd. In oktober tekende het Moskouse Jermolov Theater een ‘artistieke samenwerkingsovereenkomst’ met het federale onderzoekscommissie (een overheidsinstantie die functioneert als onderzoekstak van de procureur generaal red.)
In ruil voor onbekende tegenprestaties geeft het theater gratis kaartjes aan medewerkers en studenten van universiteiten die onder het onderzoekscommitee vallen. In november begon het Malyj theater een samenwerking met het ministerie van defensie. De opvoering van een serie historische voorstellingen: ‘dialoog met de tijd. Door de bladzijden van de geschiedenis’, was expliciet deel van deze overeenkomst.
Voor de voorstelling worden ambtenaren van het ministerie, studenten en kadetten uitgenodigd. Tot nu toe zijn er slechts twee stukken gespeeld: ‘Het grote trio (Jalts ‘45)’ over de grote conferentie van de geallieerden tijdens WOII over de toekomst van Europa, en ‘Peter de Grote’. De strijd tegen fascisme en het idee van een grote sterke leider zijn de thema’s van het programma ‘dialoog met de tijd’. We kunnen stellen dat het theater de bescherming zoekt van de siloviki, bijvoorbeeld tegen censuur of mobilisatie. Waar het theater aanvankelijk keek naar de professionele gemeenschap, zijn nu ambtenaren en siloviki de nieuwe patrones.
Zoeken naar betekenis
Op 30 november formuleerde het ministerie van cultuur voor het eerst na het begin van de totale oorlog, duidelijk welke doelen de kunsten moeten nastreven. Er werd een lijst gepubliceerd met 17 thema’s, waar naar gekeken zou worden bij het verdelen van subsidie voor de filmindustrie. Buiten het populariseren van vrijwilligerswerk, een actief leven voor ouderen, de wetenschap enz… zijn de volgende zaken ook in de lijst opgenomen:
- Het tegenwerken van hedendaagse vormen van nazisme en fascisme. Het populariseren van het heldendom en de toewijding van Russische troepen in de speciale militaire operatie.
- Het populariseren van indiensttreding in het Russische leger.
- Het neokolonialisme van de Angelsaksische wereld. De degradatie van Europa. Het ontstaan van een multipolaire wereld.
Natuurlijk is dit slechts een declaratie van de politiek die al gevoerd wordt bij het uitdelen van subsidies. Maar met deze lijst noemt het ministerie van cultuur eindelijk de conceptuele contouren van de nieuwe staatsideologie. Bijna alle uitvoeringen (tentoonstellingen, films), worden nu propaganda. Er zijn altijd maar een paar ideologisch geladen producties: er bestaat namelijk het risico dat het publiek genoeg krijgt van propaganda. Maar de propaganda producties die wel worden uitgevoerd geven ons de mogelijkheid om eerdere producties te begrijpen.
September dit jaar werd er in het Moskouse ‘Oleg Tabakov’ theater het stuk ‘Ik Ken de Waarheid’ uitgevoerd door het Donetsk Dramatheater. Dit is een documentaire voorstelling over het leven in de Donbas sinds 2014. Ze is gebaseerd op het boek ‘Oorlog in de Donbas: kroniek van het volk’. De voorstelling bestaat uit persoonlijke verhalen, die uit een tekst zijn gehaald met steun van het ‘ministerie van cultuur’ van de ‘DNR’.
Dit zegt de artistiek leider van het theater Natalya Volkova over de productie: ‘Het is absoluut niet karakteristiek voor ons theater, omdat wij een ‘muziek-drama theater zijn. Maar dit is een zielekreet. Sinds 2014 zijn alle inwoners van de Donbass in een verschrikkelijke situatie beland, waar de grond onder je voeten vandaan valt, een situatie waarin je niet begrijpt wat er om je heen gebeurt, en waar je de horror van alles wat gebeurd is begint te erkennen: verschrikkelijke verraders, dood, bloed.’ Dat wil zeggen, het thema van de voorstelling is juist de horror en angst van onbeschermde mensen.
Het is met zo’n narratief makkelijk om emoties op te roepen. Aan de andere kant kan je er ook makkelijk de volgende gedachte in zien: ‘zoiets zou ook met ons kunnen gebeuren als we Poetin niet zouden hebben.’ Het is interessant dat de artistiek leider van het theater zelf uitlicht dat een dergelijke voorstelling niet typerend is voor een muzikaal theater. Het lijkt erop dat voor dergelijke voorstellingen alle artistieke methodes aangewend kunnen worden, waaronder methodes die eerder gebruikt werden door kunstenaars om ‘menselijke’ lokale narratieven te creëren.
Het lijkt erop dat de ervaring van het toneelstuk ‘Ik Ken de Waarheid’ als succesvol wordt gezien. Op het Vahtangovskij festival voor directies van theaters (het grootste forum voor dergelijke professionals in Rusland), was Andrej Gagarin een van de finalisten van het concours voor ‘de organisatie van theaterwerk’. Hij is een van de mensen die aan ‘Ik weet de waarheid’ heeft gewerkt. Gagarin beschreef het thema van zijn project als volgt: ‘het functioneren en de ontwikkeling van theater in abnormale situaties’. Hij voegde nog toe dat hij ‘niet wilde speculeren over de oorlog’.
De voorstelling van het Donetsk theater is een voorbeeld geworden van hoe propaganda producties kunnen worden gemaakt in ‘abnormale situaties’. Dit betekent dat dergelijke voorstellingen ook in Rusland snel en effectief kunnen worden opgevoerd: het is immers in de bezette gebieden ook al gelukt.
In november werd door het Kaluga Filharmonisch orkest een immersieve voorstelling over de oorlog met Oekraïne gespeeld met de titel ‘Beleefde mensen’ (bij de inname van de Krim was dit in Rusland een eufemisme voor Russische soldaten red.). Het project werd uitgevoerd met een staatssubsidie van tientallen miljoenen. Tijdens de voorstelling stormden acteurs verkleed als terroristen de zaal binnen met machinegeweren, gijzelden het publiek en ‘schoten’ zelfs iemand neer achter de schermen. De makers wilden dat het publiek “het buskruit opsnuift” en zich onderdompelt in de sfeer van wat er gebeurt. Een officier van de ‘volksmilitie’ van de ‘LNR’ (de ‘Volksrepubliek Luhansk’ is een in 2014 door Rusland opgezette vazalstaat in Oekraïne red.) speelt de hoofdrol in het stuk.
‘Beleefde mensen’ vertelt de toeschouwers in de eerste plaats dat ‘de vijand voor de deur staat’. Zelfs ver van het front af kan de vijand toeslaan en geweld brengen naar vreedzame burgers. De oorlog is niet iets ver weg, maar is hier en nu. Ten tweede streeft het stuk ernaar om gevoelens van schuld en schaamte op te roepen. Voor de negatieve publieksreactie ligt de schuld niet bij de makers van het stuk, maar als het ware bij het publiek zelf, dat niet bereid is om afstand te doen van zijn comfort tijdens oorlogstijd. Trots is een positieve beoordeling van de eigen of gemeenschappelijke inspanningen. Een schuldgevoel ontstaat echter wanneer de staat de gedachte propageert dat een rustig leven niet een gegeven is, maar iets is wat ze net zo makkelijk weer kunnen ontnemen- alsof we er geen recht op hebben.
Als men naar het geheel kijkt, dan wordt duidelijk dat er al veel langer gepraat wordt over traditionele waarden en een gevecht tegen het Westen. De staat levert in de komende maanden niet veel nieuwe ideeën aan voor cultuurmakers. Integendeel, de tijd is gekomen om de bestaande ideeën te implementeren – onder steeds strengere controle door de staat. Rusland wacht op steeds meer inhoud over de enige juiste versie van de geschiedenis en de “multipolaire wereld”. Dit betekent dat het privéleven van mensen en hun herinneringen onafhankelijk van de autoriteiten worden gewist.